Heaven's Embrace
Kom je zitten op Vader's knie? Kruip je met ons aan de boezem van Vader God (John 1:18, John 13:23)? Kom je met ons op het altaar? Zullen wij daar voor Hem
in vlammen opgaan (Lev.6:13)? Mag alles van Hem zijn? Just yield, zegt God. Set your
affections on things above, schreef Paulus (Col.3:1-2). There's grace in heaven's embrace. Er is geen reden voor vrees, schreven Johannes en Paulus allebei (1Joh.4:16-19, Rom.8:15). De Troon is ons Thuis, schreef de schrijver van de Hebreeënbrief (Heb.4:16).
Grijp je met ons vast aan de broekspijpen van Vader God (Gen.32:26, Isai.66:1)! Hij wil alles hebben (Matt.16:24, Heb.2:8-10)! Ga met ons mee achter Hem aan (Psalm 63:8, Hosea 6:1-3)! Abraham deed dat, Jakob, Mozes, David, de talmidiem. Velen kwamen in de greep van God en waren nooit meer dezelfde (Gen.12:1-3, Hebrews 11). God wil ons erbij hebben (Rev.19-22). Hij zit achter ons aan (Luke 15). Hij
zoekt ons (Joh.4:23). Hij wíl ons (2 Peter 3:9, 1Tim.2:4-6). Hij had er álles voor over om ons terug te krijgen (John 3:16-17, Heb.2:8-10, Isai.52:13-Isai.53:12). Hij is niet zoals de andere goden die hun volgers angst aanjagen en dreigen met een afrekening (Ex.15:11, 1John 4:13-18). Hij zocht ons op omdat Hij met ons begaan is, en betrokken (Isai.7:14, Matt.1:23, John 1:14). Hij geeft om ons (John 3:16). Hij wil ons hebben voor Zichzelf (Ps.139:10-12, Gen.3:8-9). He's crazy about us. Hij schept in de hemel over ons op zoals Hij deed over Job (Job 1:8, 2:3) en over Jezus: Hey that's My Son (Matt.3:17)! Hij kan het niet uitstaan als wij andere goden hebben omdat Hij weet dat zij ons geen goed doen (Ex.20:1-3, James 4:5). Laten wij doen wat Hosea
radaf noemde: Jagen naar alles van Hem (Hosea 6:1-3). Worship is onze respons op Zijn goedheid (Joh.4:21-23). Neem wat
devash, honing. Steek je vinger in Gods honingpot en lik ietwat wijsheid op (Prov.24:13, Prov.1:1-7). God zoekt
sod, verborgen omgang, en wil Zijn hart, plannen, gedachten en geheimen met ons delen wanneer wij Hem opzoeken (Amos 3:7, Psalm 25:14, John 15:15). There is a home, beyond the sunrise: Ons thuis is aan de boezem van God. Daar wens ik je
tsalach.